Schriftelijke vragen: 3e fase N208

Het college van B&W heeft een informatieavond op 16 en 17 februari 2016 voor de aanwonenden georganiseerd voor de derde fase N208 tussen M. Trompstraat en de komgrens met Bennebroek.
Tijdens deze avond werden tekeningen van de voorgenomen veranderingen getoond en werd daarop een toelichting gegeven.
Door de zeer late toezending aan raads- en burgerleden van de uitnodiging voor deze avond bestond voor de meeste fracties geen gelegenheid om vooraf goed af te stemmen wie als toehoorder naar deze avonden kon gaan.
Naar aanleiding hiervan stelt de fractie Bloeiend Hillegom de volgende vragen:

De N208 is van belang voor heel Hillegom en dus zijn in principe alle Hillegommers belanghebbenden.
1. Waarom is de uitnodiging voor de informatieavonden niet eerder via de gemeentelijke berichtgeving bekend gemaakt?
2. Waarom is het ontwerp van een rotonde op het kruispunt nabij het grootste bedrijventerrein van Hillegom niet in eerste plaats met een vertegenwoordiging van transporteurbedrijven en andere bedrijven, die door groot transport worden bezocht, besproken?

Bij het raadsbesluit van 4 oktober 2012 is besloten: om in afwijking van eerder vastgestelde uitgangspunten de kruising Pastoorslaan/Weerlaan niet uit te voeren als rotonde, maar als kruispunt met verkeerslichten. Hiermee ontstaat een “toekomst vaste” oplossing die rekening houdt met een toekomstige aansluiting van de Duinpolderweg.
Hierbij is wel een toezegging gedaan door de portefeuillehouder dat: “opnieuw een afweging gemaakt kan worden tussen kruising en rotonde Pastoorslaan/Weerlaan bij de presentatie van het definitief ontwerp, waarbij dan ook nieuwe informatie over de Duinpolderweg kan worden betrokken.”
3. Is in opdracht van het college een ontwerp-reconstructieplan gemaakt dat in tegenspraak is tot het raadsbesluit?
4. Waarom is de portefeuillehouder zijn toezegging aan de raad niet nagekomen door de raad zich over een afwijkend ontwerp voornemen te laten uitspreken, alvorens er een ontwerp is gepresenteerd aan de bewoners?
5. Op basis van welke feiten is de gepresenteerde uitwerking “toekomst-vast” te noemen? Over welke termijn is die toekomstvastheid bepaald, is daarin ook de verdergaande toelating van de LZV combinaties op de wegen meegenomen?
6. Wat is de afschrijftermijn of een minimaal te verwachten levensduur voor een rotonde? Is over deze fase en deze inrichting overleg geweest de provincies gezien de onzekerheid over de DPW, en is daarbij gesproken over een mogelijke financiële vergoeding indien als gevolg van deze ontwikkeling de weg aangepast dient te worden, voordat hij is afgeschreven?
7. Tijdens de begroting 2016 is tijdens het debat ook toegezegd dat een mogelijke asfaltering van de fietspaden bekeken zou worden, en indien dat qua kosten even duur zou zijn, dat dit kon worden uitgevoerd. Is deze vergelijking gemaakt, en wat is daarvan de uitkomst?

Tijdens de behandeling van de derde fase N208 is naar voren gekomen dat een rotonde niet aangelegd kon worden zonder grondaankopen. Bij de presentatie werd gemeld dat er geen grondverwerving plaats zou gaan vinden.
8. Hoe is het mogelijk dat nu er wel een rotonde zou kunnen worden aangelegd zonder grondverwerving EN het wegverkeer geen schade oploopt bij het normaal te verwachten gebruik OF dat de aangelegde rotonde schade oploopt tijdens dit normaal gebruik zodat een eerste herstel actie van schade of onderhoud pas na 5 jaar noodzakelijk is?
9. Is er nu een project organisatie overeenkomstig de rapportage van de analyse na fase een en twee ingericht, en hoe ziet die nu eruit?